Website hoger in Google? Begin bij de techniek

Wat Google aan een pagina meet: de drie Core Web Vitals boven op het technische fundamentLijnillustratie. Links een telefoon met een pagina erin, waarin de kop en de eerste afbeelding zijn aangegeven. Rechts drie regels met een meterbalkje: hoe snel het belangrijkste in beeld staat, hoe snel de pagina op een klik reageert en hoeveel de pagina verspringt tijdens het laden. Onder beide loopt een brede balk met het label techniek, met daarin HTML-structuur, mobiele weergave en interne links. goed moet beter slecht Hoe snel staat het belangrijkste er Hoe snel reageert een klik Hoeveel verspringt de pagina Techniek HTML-structuur, mobiele weergave, interne links, redirects, sitemap
De drie metingen die Google aan de ervaring van een pagina doet, en het technische fundament waarop ze rusten.

Wie zoekt op "website hoger in Google" vindt vooral lijstjes. Gebruik de juiste zoekwoorden, schrijf goede teksten, verzamel links van andere sites. Die tips kloppen, en toch zien we regelmatig websites waar ze allemaal zijn toegepast zonder dat de posities bewegen.

Dat komt door een aanname die de lijstjes nooit uitspreken: dat de website zelf technisch in orde is. Bij een flink deel van de Nederlandse mkb-websites is dat niet zo. Dit artikel gaat over dat fundament. Je leest hoe je zelf controleert waar jouw site staat, wat er in de techniek en de opmaak van je pagina's mis kan gaan, wat je kunt verbeteren zonder iets te herbouwen, en wanneer de website zelf de rem is. De checklist halverwege loop je punt voor punt zelf na.

Meet je site voordat je hem laat verbouwen. Dan weet je of het aan de inrichting ligt of aan het fundament.

Wat Google eigenlijk meet

Google wil de zoeker de beste pagina voorschotelen. "Beste" bestaat uit twee delen: het antwoord op de vraag, en de ervaring waarmee dat antwoord geleverd wordt. Aan dat tweede deel meet Google drie concrete dingen, onder de naam Core Web Vitals.

  • Hoe snel staat het belangrijkste op het scherm. Opent iemand jouw pagina op een telefoon in de trein, dan telt Google de seconden tot de kop en de eerste afbeelding er staan.

  • Hoe snel reageert de pagina op een klik. Een menu dat pas na een seconde openklapt, telt tegen je.

  • Hoeveel de pagina verspringt tijdens het laden. De knop die wegschuift op het moment dat je erop wilt drukken, kent iedereen. Google meet dat.

Daarnaast kijkt Google of het de pagina goed kan lezen. Klopt de HTML-structuur, heeft elke pagina één duidelijk onderwerp, verwijzen de interne links logisch naar elkaar, en werkt alles op een telefoon. Dat samen is het fundament. Je teksten en de links van buitenaf bepalen daarna hoe hoog je komt, en het fundament bepaalt of je meedoet.

Wat is technische SEO?

Technische SEO is de verzamelnaam voor alles wat een website voor zoekmachines leesbaar en snel maakt. De laadtijd, de HTML-structuur, de mobiele weergave, de interne links, de redirects en de sitemap. Het is precies het fundament uit de vorige paragraaf, in vaktermen.

Het onderscheidt zich van de twee andere delen van vindbaarheid: de inhoud van je pagina's en de links die andere sites naar je leggen. Aan die eerste kun je zelf werken zodra de techniek klaar is. De laatste verdien je met wat er op je site staat.

Wat is schema markup, en wat levert het op?

Naast de tekst van een pagina kun je Google er losse gegevens bij leveren in een vast formaat. Dat heet schema markup of structured data, en het staat als een blokje JSON-LD in de broncode. Daarin benoem je wat de pagina beschrijft. Een dienst met een vanaf-prijs bijvoorbeeld, of een product met een prijs en een voorraad, een artikel met een auteur en een datum, of het bedrijf met zijn adres en telefoonnummer.

Google leest de tekst zelf ook, maar moet er dan uit afleiden waar het over gaat. Met schema markup staat het er zonder interpretatie. Dat werkt twee kanten op. In de zoekresultaten kan Google er een rijker resultaat van maken, met sterren bij een beoordeling of een prijs onder de titel. En zoekmachines en AI-antwoorden die met entiteiten werken, kunnen jouw bedrijf en je aanbod als één geheel lezen in plaats van als losse pagina's.

Wat er per type pagina toe doet:

  • Een dienstpagina: Service, met de dienst, wie hem levert en een vanaf-prijs. Zo staat het op onze eigen maatwerk website-pagina.

  • Een product of een webshop: Product, met de prijs, de voorraad en de beoordelingen.

  • Een artikel: Article, met de auteur en de datum van de laatste inhoudelijke wijziging.

  • Elk bedrijf: Organization, of LocalBusiness als je een vestiging hebt waar klanten komen, met adres, telefoonnummer en openingstijden.

  • Vragen onder een pagina: FAQPage. Sinds mei 2026 levert die geen uitklapbare vragen meer op in Google. Bing en AI-zoekmachines lezen de vragen nog wel als samenhangend geheel.

Er is één regel die zwaarder weegt dan de rest. Het schema mag niets beweren wat een bezoeker op de pagina niet ziet. Zet je een vanaf-prijs in de markup die nergens in de tekst staat, dan is dat volgens de richtlijnen van Google een overtreding en kan het rijke resultaat vervallen. Op onze dienstpagina's staat de Service-markup daarom alleen aan als het bedrag er ook zichtbaar bij staat. Wat je hebt uitgezonden controleer je met de Rich Results Test van Google.

Ook schema markup geeft je geen positie. Voor de relevantie van je pagina verandert het niets. Het bepaalt wat er in het resultaat te zien is en hoe zeker Google weet waar de pagina over gaat, en op dezelfde positie levert een rijker resultaat meer klikken op.

Wat maakt een pagina SEO-vriendelijk?

De techniek bepaalt of Google je pagina kan lezen. De opbouw van de pagina bepaalt of hij begrijpt waar die over gaat. Aan dat tweede deel zit geen ontwikkelwerk vast, en het gaat in de praktijk net zo vaak mis als de snelheid.

Eén H1, met de H2's in de juiste volgorde eronder. De H1 benoemt het onderwerp van de pagina en komt één keer voor. De koppen daaronder dekken elk hun eigen stuk tekst. In veel thema's kiest de redacteur een kop op lettergrootte, en dan staan er drie H1's op een pagina of hangt een H3 boven een H2. Google leest die koppen als de inhoudsopgave van je pagina, dus een verkeerde volgorde maakt de indeling onleesbaar.

De title tag en de H1 zijn twee verschillende velden. De title staat in het tabblad van de browser en als blauwe link in de zoekresultaten. De H1 staat op de pagina zelf. Ze mogen op elkaar lijken, maar de title heeft rond de 60 tekens voordat Google hem afkapt, dus daar schrijf je vaak een kortere versie. Hebben twee pagina's dezelfde title, dan laat je Google zelf uitzoeken welke van de twee hij toont.

De meta description werkt op je klikken. Google gebruikt de description niet om te bepalen hoe hoog je staat. Hij staat wel als grijze tekst onder je link, dus hij bepaalt of iemand jou aanklikt of het resultaat eronder. Laat je het veld leeg, dan pakt Google zelf een stuk tekst van de pagina, en dat is zelden het stuk dat je had willen laten zien.

Eén onderwerp per pagina, met de naam die je klant gebruikt. Staan al je diensten op één pagina onder de kop "Onze diensten", dan moet Google kiezen welke dienst die pagina beschrijft, en die keuze valt meestal op geen van alle. Geef elke dienst een eigen pagina met een eigen URL, en zet in de kop de woorden waarmee iemand ernaar zoekt.

Wie een klantportaal nodig heeft, typt geen "onze oplossingen" in Google.

Alt-teksten bij je afbeeldingen. Een alt-tekst beschrijft in een halve regel wat er op de afbeelding staat, voor Google en voor iemand die een schermlezer gebruikt. Een leeg alt-veld is daarmee ook een toegankelijkheidsprobleem. Bij een vormpje of een lijntje dat alleen voor de sier staat, laat je het alt bewust leeg.

Alinea's die je kunt scannen. Een bezoeker leest zelden een hele pagina van boven naar beneden en zoekt de regel die zijn vraag beantwoordt. Houd je alinea's daarom op drie of vier regels en zet een tussenkop boven elk nieuw onderwerp. Een opsomming gebruik je waar je echt iets opsomt, want een lijst van hele zinnen leest zwaarder dan een alinea.

Zo controleer je zelf waar je website staat

Hier heb je geen bureau voor nodig. Twee gratis hulpmiddelen van Google zelf geven het eerlijke antwoord.

PageSpeed Insights (pagespeed.web.dev). Vul je adres in en je krijgt per pagina een score voor telefoon en desktop, inclusief de drie metingen hierboven. Kijk vooral naar de telefoonscore, want daar zoekt het grootste deel van je bezoekers. Een score in het oranje of rood op mobiel betekent dat je met een achterstand aan de wedstrijd begint.

Google Search Console. Dit is het dashboard waarin Google jou vertelt hoe het jouw site ziet. Op welke zoekwoorden je vertoond wordt, op welke positie, en welke pagina's problemen hebben. Heb je dit nog niet gekoppeld, dan is dat de eerste stap. Het is gratis en het is de enige plek waar je niet hoeft te gissen.

Doe daarna één handmatige test: zoek in Google op site:jouwdomein.nl. Je ziet dan welke pagina's Google van jouw site kent. Staan daar pagina's tussen die niet meer bestaan, of ontbreken juist pagina's die belangrijk zijn, dan weet je waar het eerste werk zit.

Technische SEO checklist

Dit is wat we bij een bestaande site nakijken voordat we iets aanraden. Je kunt de lijst zelf langsgaan met PageSpeed Insights, Search Console en de broncode van je eigen pagina, die je opent met de rechtermuisknop en "paginabron weergeven".

Snelheid.

  • De mobiele PageSpeed-score van je vijf belangrijkste pagina's staat boven de 50, en liefst boven de 90.

  • Geen afbeelding wordt groter ingeladen dan hij getoond wordt. Een foto van 4 MB voor een plaatje van 400 pixels is de meest voorkomende vertrager.

  • Afbeeldingen staan in WebP of AVIF, met een vaste breedte en hoogte in de HTML zodat de pagina niet verspringt tijdens het laden.

  • Caching staat aan op de server.

  • In je plugin- of modulelijst staat niets meer dat je niet gebruikt.

Leesbaar voor Google.

  • Elke pagina die bezoekers moet trekken, staat in je sitemap.xml, en die sitemap is aangemeld in Search Console.

  • Je robots.txt blokkeert niets dat geïndexeerd moet worden.

  • Search Console meldt geen fouten onder Pagina-indexering.

  • Elke pagina heeft een canonical die naar zichzelf wijst, tenzij je bewust naar een andere pagina verwijst.

  • URL's die je hebt vervangen, geven een 301 naar de nieuwe pagina in plaats van een 404.

  • De site draait op https en http stuurt door naar https.

  • De schema markup die er staat, beweert niets wat een bezoeker op de pagina niet ziet.

Opmaak en structuur.

  • Elke pagina heeft één H1 met het onderwerp erin.

  • De koppen lopen in de juiste volgorde, dus geen H3 boven een H2.

  • Elke pagina heeft een eigen title tag van rond de 60 tekens, en geen twee pagina's delen dezelfde.

  • Elke pagina heeft een eigen meta description.

  • Elke dienst heeft een eigen pagina met een eigen URL, bereikbaar in maximaal twee klikken vanaf de homepage.

  • Alle inhoudelijke afbeeldingen hebben een alt-tekst.

Kun je het merendeel afvinken en bewegen je posities toch niet, dan zit het werk in je teksten of in de links van andere sites naar jou. Lukt het afvinken in de eerste twee groepen niet, dan begin je daar.

Waarom de gebruikelijke tips vaak niets doen

De standaardtips over zoekwoorden, teksten en backlinks werken pas als de techniek meewerkt. Drie voorbeelden uit de praktijk.

Je herschrijft je teksten met de juiste zoekwoorden, maar de pagina doet er op een telefoon zes seconden over om te laden. Een deel van de bezoekers is dan al weg voordat de tekst in beeld is, en Google ziet dat vertrek.

Je verzamelt links van andere websites, maar je site heeft geen logische structuur: de pagina over je belangrijkste dienst is alleen te vinden via het menu-item "Overig". De waarde van die links stroomt dan niet door naar de pagina die moet scoren.

Je schrijft elke week een blog, maar elk blog laadt veertig scripts van plugins die met het blog niets te maken hebben. Elke nieuwe pagina erft dezelfde ballast.

In alle drie de gevallen is de tip zelf goed en staat hij op de verkeerde plek in de rij. Eerst het fundament, daarna de inrichting.

Wanneer je website zelf de rem is

De meeste Nederlandse mkb-websites draaien op WordPress met een gekocht thema en een reeks plugins. Dat is een prima start geweest, en voor veel sites is het nog steeds genoeg. Er zit wel een patroon in hoe zulke sites langzaam vastlopen.

Het thema kan alles, dus het laadt alles. Sliders, animaties, paginabouwers en icoonbibliotheken die jouw pagina's niet gebruiken, gaan bij elk bezoek wel over de lijn. Elke plugin die er in de loop van de jaren bij kwam, van een formulier tot een cookiemelding, bracht zijn eigen scripts mee. Niemand heeft ooit iets verwijderd, want je weet niet wat er dan stuk gaat.

Herken je dit, controleer het dan met PageSpeed Insights. Scoort je site op mobiel structureel onder de 50 en heb je de gangbare versnellingsplugins al geprobeerd, dan is er aan de inrichting weinig meer te winnen.

Wat je kunt verbeteren zonder nieuwe website

Niet elke trage site hoeft opnieuw gebouwd te worden, en dat zeggen we ook tegen klanten die bij ons aankloppen. Drie ingrepen die vaak al verschil maken.

Opruimen. Loop de pluginlijst langs en verwijder wat je niet gebruikt. Verklein je afbeeldingen. Een foto van 4 MB die als plaatje van 400 pixels wordt getoond, is de meest voorkomende en makkelijkst op te lossen vertrager.

Betere hosting. Een website die bij een budgetpartij op een overvolle server staat, wordt niet sneller van welke plugin dan ook. Goede hosting met caching is vaak de goedkoopste seconde winst.

Structuur rechttrekken. Zorg dat elke belangrijke dienst een eigen pagina met een eigen URL heeft, en dat je vanaf de homepage in maximaal twee klikken op elke dienstpagina bent. Dit kost geen techniek, alleen denkwerk.

Wanneer een maatwerk fundament loont

Bij een maatwerk website draait alleen code die jouw site echt gebruikt. Geen thema dat alles kan, geen plugins van derden die hun eigen scripts meesturen. Voor de vindbaarheid betekent dat concreet:

  • De pagina's worden op de server opgebouwd, dus Google krijgt de volledige HTML direct binnen, zonder eerst JavaScript te hoeven uitvoeren.

  • De laadtijd is laag en blijft laag, ook als je aanbod groeit, omdat er geen ballast meelaadt.

  • Jij bepaalt de URL-structuur, de koppen en de opbouw van elke pagina, in plaats van de maker van een thema.

De techniekkeuze alleen levert geen posities op. Wat je positie daarna bepaalt, is de kwaliteit van je teksten en het aantal sites dat naar je linkt. De techniek bepaalt wel of dat werk rendeert.

Wanneer loont het? Als je website een serieus verkoopkanaal is of moet worden, je huidige site op mobiel structureel slecht scoort, en je de komende jaren wilt uitbreiden met zaken als een zoekfunctie, een calculator of een klantportaal. Voor een site van vijf pagina's met een contactformulier is maatwerk overkill, en dat zeggen we dan ook gewoon.

Zelf teksten blijven beheren

De vraag die hier altijd op volgt: bij WordPress kan ik zelf mijn teksten aanpassen, raak ik dat kwijt bij maatwerk? Nee. Wij bouwen maatwerk websites in Laravel met Statamic als CMS. Je beheert je pagina's, teksten en afbeeldingen zelf, in een omgeving die is ingericht op de structuur van jouw site, dus je ziet alleen de velden die voor jouw pagina's bestaan.

Het verschil met een thema-CMS zit onder de motorkap. Statamic draait op hetzelfde Laravel-fundament als de rest van de site, zonder plugin-ecosysteem van derden. Je houdt het gemak van zelf beheren en krijgt de ballast niet die je vindbaarheid remt. Wil je weten wat zo'n traject inhoudt, dan kun je bij ons een Statamic website laten maken.

Veelgestelde vragen

Hoe kom ik hoger in Google zonder te betalen?

Door de drie dingen op orde te brengen die dit artikel beschrijft. Een technisch gezonde website, pagina's die per onderwerp antwoord geven op wat jouw klanten zoeken, en links van andere relevante websites. Dat kost tijd in plaats van advertentiebudget. Betaald bovenaan staan kan ook, via Google Ads, maar die positie ben je kwijt zodra je stopt met betalen.

Wat kost het om bovenaan in Google te komen?

Er is geen tarief waarmee je een positie koopt, want Google verkoopt de organische posities niet. De kosten zitten in het werk dat eronder ligt. De techniek op orde brengen, de teksten schrijven en de links verdienen. Wat dat kost hangt af van waar je site nu staat en hoe zwaar de concurrentie op jouw zoekwoorden is. Wantrouw partijen die een positie garanderen, want die garantie kan niemand waarmaken.

Hoe lang duurt het voordat mijn website hoger staat?

Reken in maanden. Technische verbeteringen pikt Google meestal binnen enkele weken op, maar posities schuiven geleidelijk. Voor zoekwoorden met veel concurrentie is drie tot zes maanden na de verbeteringen een realistische termijn om beweging te zien.

Helpt een snellere website echt voor mijn positie?

Ja, op twee manieren. Google gebruikt de laadsnelheid als signaal, en bezoekers haken minder snel af op een snelle site. Dat afhaakgedrag ziet Google ook. Snelheid alleen brengt je niet naar de eerste positie. Traagheid houdt je wel weg bij de posities die je teksten verdienen.

Moet ik naar een maatwerk website om hoger te komen?

Niet per se. Veel WordPress-sites kunnen met opruimen, betere hosting en een logischere structuur flink vooruit. Maatwerk wordt interessant als die stappen te weinig opleveren, of als je toch al functionaliteit nodig hebt die je huidige site niet aankan. Twijfel je, stuur ons dan je PageSpeed-scores, dan zeggen we in welke categorie jouw site valt.

Wat is technische SEO?

De verzamelnaam voor alles wat een website voor zoekmachines leesbaar en snel maakt. Daaronder vallen de laadtijd, de HTML-structuur, de mobiele weergave, de interne links, de redirects en de sitemap. Het is het fundament-deel uit dit artikel, in vaktermen.

Wat is het verschil tussen een H1 en een title tag?

De H1 is de grote kop die op de pagina zelf staat. De title tag is de tekst in het tabblad van je browser, en de blauwe link die Google in de zoekresultaten toont. Je mag ze hetzelfde maken, en toch schrijf je voor de title vaak een kortere versie, want Google kapt hem rond de 60 tekens af.

Cyril Loosjes

Weten of jouw website de rem is?

Stuur je adres mee, dan kijken we naar de scores en zeggen we of je kunt verbeteren op wat er staat, of dat het fundament aan vervanging toe is.